maandag 9 mei 2011

Vanaf morgen . . .

Vanaf morgen ga ik het schrijven weer oppakken.
Voor wie het gemist heeft: ik wil een boek schrijven over fibromyalgie. Ik heb zelf deze aandoening sinds drie jaar. Door alle klachten die erbij horen heb ik veel aangepast in mijn leven. De grootste aanpassing is dat ik nu bewuster leef en meer in het moment leef. Door dit alles is mijn leven eigenlijk fijner, volwaardiger, gelukkiger geworden. Ik wil mijn ervaringen graag vastleggen, omdat ik denk dat anderen hier wat aan hebben.

Onlangs heb ik een cursus boek schrijven gevolgd. De docente is heel kritisch en heeft ook een hoofdstuk, dat ik al geschreven had, nagekeken. Ik heb veel punten gekregen die ik beter anders kan doen. Ik ben het eens met deze kritiekpunten, maar heb ze nog niet aangepakt.
De afgelopen maand heb ik namelijk gebruikt om klusjes weg te werken, zodat ik vanaf deze week weer de rust heb om regelmatig achter de laptop te zitten.

Morgen moet het er dus echt van komen. Na een ochtendwandeling om tot bezinning te komen start ik de laptop op, zet een pot thee en ga ervoor zitten. Ik heb geen idee of het me lukt mijn verhaal naar tevredenheid op te schrijven. Ik zie er ook wel wat tegenop. Ik heb ideeën in mijn hoofd met wat ik in het boek wil vertellen. Deze ideeën omzetten naar geschreven tekst blijkt toch nog niet zo makkelijk. Wat ik tot nu toe heb geschreven lijkt meer op een studieboek in combinatie met een wat saaie uiteenzetting van gebeurtenissen.
Het wordt zoeken naar een vorm die én mijn ervaringen bevat én de kennis die ik heb opgedaan en toegepast in mijn leven én dat ook nog leuk is om te lezen.

Een hele uitdaging.

Voor de cursus kreeg ik de opdracht om een spannend begin van een boek te schrijven. Een begin dat pakt en dat de lezer stimuleert om verder te lezen. In eerste instantie vond de docente mijn begin niets. Achteraf zei ze zelfs dat ze mij nog geen goed boek zag schrijven. Maar nadat ik de tekst opnieuw geschreven had naar aanleiding van haar commentaar, had ze bijna niets meer op de tekst aan te merken en is zij wel hoopvol dat het mij gaat lukken.

Aan dat begin houd ik mij vast en dat is ook het stuk waarop ik morgenochtend wil gaan verder bouwen en de dag erna en de dag daarna en volgende week en  . . . . .

Liefs, Esther

dinsdag 26 april 2011

Is chocola verslavend?


Over het algemeen ben ik geen grote snoeper. Ik voel me beter wanneer ik vooral gezond eet. Daarnaast weet ik dat het voor de gezondheid en voor de lijn beter is om niet te veel suikers, vetten en andere ongezonde stoffen binnen te krijgen.
’s Avonds zit ik dan ook regelmatig aan de creamcrackers met smeerkaas (20+). Ik beschouw dit absoluut niet als straf; ik vind het lekker. Ook een plak ontbijtkoek of een handje ongezouten noten is een goed tussendoortje voor mij.
Snoep, koek en chips kan ik goed laten staan, maar als het gaat om chocola . . .

Er gaat bijna geen dag voorbij zonder een stukje chocola. Het probleem met chocola lijkt wel dat wanneer ik er eenmaal aan begin, mijn smaakpapillen en lichaam blijven vragen om meer chocola.
Ik heb het opgezocht. In chocola – vooral de pure versie, die ik ook erg kan waarderen – blijken stoffen te zitten die verslavend kunnen werken. Maar . . . dat is pas bij een consumptie van tientallen kilo’s pure chocola. Tja, dat haal ik echt niet.
Ik kan me dus niet verstoppen achter de feiten.

Ik denk dat de nasmaak van chocola gewoon zo lekker is, dat ik die smaak zo lang mogelijk wil vasthouden door steeds weer een stukje – of stùk – chocola te eten. Om die lekkere nasmaak te voorkomen kan ik natuurlijk helemaal stoppen met chocola eten. Dat is echter geen reële optie. Dat wordt dus de discipline opbrengen om mij te houden aan een maximale, vooraf met mezelf afgesproken, hoeveelheid per dag/per keer. Zoals ik in een eerdere blog schreef, ben ik redelijk disciplinair. Maar met chocola kost die discipline wel heel veel moeite.

Voorlopig geniet ik nog even van de paaseitjes. (Een beetje met mate, maar niet de mate die ik eigenlijk zou willen.) Genieten jullie mee?

Groetjes, Esther

dinsdag 19 april 2011

'k Geniet van het leven!

Het lijkt er niet van te komen om een nieuwe blog te gaan schrijven. Ik ga er nu bewust voor zitten. Hopelijk lukt het mij om vanaf nu weer vaker te schrijven.

Eigenlijk heb ik te veel leuke dingen om te doen en alles is even leuk.
Nu de avonden langer en het weer mooier wordt, ben ik meer gedreven om ’s avonds te gaan wandelen. Zeker omdat ik een wandelmaatje gevonden heb. Vanavond hebben we zelfs samen een fietstocht gemaakt van 22 kilometer. Langer dan bedacht, maar wel erg lekker.
Ook overdag is de verleiding groot om naar buiten te gaan. Het is zo lekker om ’s morgens de dag te beginnen met een flinke wandeling of, en dat wil ik vaker gaan doen, een flinke fietstocht. Bij een fietstocht neem ik een broodje en een thermoskan thee mee en dan genieten van de buitenlucht, de natuur en de bewegingen van mijn lijf. Heerlijk!

Om nog vaker buiten te kunnen zijn – en om nog minder tijd over te houden – hebben we sinds een paar maanden een moestuin. Dit neemt uiteraard voldoende werk met zich mee. Voorlopig zie ik het nog niet als werk, maar gewoon als lekker bezig zijn. Wanneer alles tegelijk geoogst kan worden, is het misschien minder lekker. Maar dat zal de komende maanden blijken.

De afgelopen weken heb ik de achterstand met het inplakken van foto’s enigszins weggewerkt. Na de meivakantie wil ik opnieuw foto’s laten afdrukken, in de hoop dat ik vanaf nu echt bij blijf. Een goed streven, toch?

En dan is er nog veel tijd gaan zitten in de “boek-schrijf-cursus”. De laatste les is nu geweest en die keer kreeg ik een hoofdstuk, dat ik had ingeleverd, terug. De docent heeft mij bruikbaar commentaar gegeven en tips om het anders te doen. Ik ben nu bezig om allerlei klussen af te werken, zodat ik na de meivakantie weer de rust kan vinden om weer aan mijn boek te gaan werken. Ik wil de tekst die ik tot nu toe heb gaan herschrijven. Hoe precies weet ik nog niet. Tot nu toe heb ik geschreven per onderwerp (werk, medisch circuit, eetgewoonten e.d.), maar het wordt dan al snel een leerboek. Ik wil het echter vooral een leuk, leesbaar boek laten worden, meer als een levensverhaal. Dat wordt dus stoeien met de vorm.
Ik heb zin om het weer op te pakken, maar vind het tegelijk spannend en moeilijk om het ook echt te gaan doen. Ik weet echter van mijzelf dat ik de discipline kan opbrengen om er voor te gaan zitten en te ervaren hoe het gaat.
Wat fijn is dat ik de mogelijkheid heb om eens per kwartaal naar mijn docent te gaan met een groepje medecursisten. Er wordt dan elke keer een onderwerp behandeld, bijvoorbeeld dialogen. Het grote voordeel van deze “vervolgcursus” is dat ik van te voren een deel van mijn manuscript kan inleveren en ik deze weer met commentaar terugkrijg. De docent hamert wel heel erg op wat ik fout doet, maar feitelijk zijn dit ook de dingen die ik wil horen, omdat ik daardoor mijn teksten beter kan maken.
Maar goed, na de meivakantie ga ik het schrijven weer oppakken.

Daarnaast heb ik een schriftelijke cursus opgepakt. Daarover later misschien meer. En ben ik tussendoor nog bezig met allerlei creatieve klusjes.

Genoeg te doen dus. Sinds de tip van de kinesioloog probeer ik al dit soort activiteiten wel in projecten op te pakken (zie eerdere blog). Ik merk dat het scheelt om een aantal dagen het één te doen en dan weer een aantal dagen het ander. Het geeft rust, het kost minder energie en er komt meer uit mijn handen. Wat wil een mens nog meer?
En als iets niet gebeurt, dan kan het wachten. Zoals het schrijven van een blog . . .

Tot gauw?
Groeten, Esther

woensdag 30 maart 2011

Ilse deLange in Gelredome!

Wat een ervaring!
Afgelopen zaterdag waren we in het Gelredome bij het concert van Ilse deLange. Vijfendertig duizend mensen; en wij waren er daar twee van. Wat kan ik meer zeggen dan dat het een fantastisch optreden was en dat wij uitkijken naar een volgend concert?

Dit was ons derde bezoek aan een concert van Ilse. Twee jaar geleden in Ahoy en langer geleden in het plaatselijke theater. Freek en ik hopen beiden dat we nog een keer (of meer keren) een kleiner concert kunnen bijwonen. Voordat wij er echter achter komen dat Ilse in de buurt optreedt, zijn de kaarten al uitverkocht. We blijven het in de gaten houden. Het zal vast nog wel een keer lukken. Tot die tijd doe ik met cd’s en een mp3-speler vol muziek van Ilse deLange.

Ik was nooit eerder in het Gelredome geweest en heb ook niet eerder ervaren wat daar aan logistiek bij komt kijken. Maar het was allemaal goed geregeld: op drie locaties parkeerplaatsen, pendelbussen, voldoende ingangen, voldoende eet- en drinkkraampjes (waarbij je natuurlijk wel voor de parkeerplekken, de pendelbussen en het eten en drinken goed moet betalen). Ook bleek het totaal geen probleem dat ik geen trap kan lopen. Er werd ons verteld waar de lift is en we werden zelfs naar boven begeleid.

Een heerlijke avond uit.
Daar heb ik de vermoeidheid en stijfheid de dag daarna graag voor over gehad. Over twee jaar weer bij een groot concert? Of eerder in een plaatselijk theater?
We wachten af.

Esther

woensdag 23 maart 2011

Werken op projectbasis

Begin vorige week ben ik na een lange tijd weer bij de kinesioloog geweest. Door de Mexicaanse griep en het pas maken van een nieuwe afspraak toen ik me weer enigszins hersteld voelde, was er een flinke periode overheen gegaan.
Tijdens de behandeling kwam ik erachter dat de vermoeidheid die ik nog steeds voel drie oorzaken heeft. Ten eerste de laatste restjes Mexicaanse griep die nog steeds in mijn lijf zitten. Het kan maanden duren voordat deze allemaal verdwenen zijn. Om dit proces te helpen heb ik een homeopathisch geneesmiddel gekregen dat mijn lichaam helpt om de afvalstoffen af te voeren.
Daarnaast was mijn vitamine B12-complex op. Degene die ik had, die mijn moeder tijdens een dagje winkelen voor mij gekocht had, was hier in de buurt niet verkrijgbaar. Daarom wilde ik eerst overleggen met de kinesioloog wat ik dan het beste kon kopen. Blijkbaar heeft mijn lichaam echt die B12-complex (met o.a. foliumzuur) nodig. Het zorgt ervoor dat de hersenen beter kunnen functioneren en de zenuwen beter signalen kunnen doorgeven. Die ik had, blijkt echt het beste te zijn, maar voorlopig doe ik het – als goed alternatief – met een restje tabletten via de huisarts en tabletten van de drogist.
Als derde oorzaak kwam naar voren dat ik zoveel wil doen. Het feit dat ik zoveel wil, is niet echt een probleem. Maar het feit dat ik alles het liefst vandaag wil doen en – al maak ik keuzes – het één doe en met het andere in mijn hoofd bezig ben, maakt dat dit veel energie kost. Ik was hier al wel mee bezig door bewust één activiteit per dag te plannen. Volgens de kinesioloog en een test die hij deed, kost het nog minder energie wanneer ik meerdere dagen met één project bezig ben en dan weer meerdere dagen met een ander project. Mijn lichaam en hoofd hoeven hierdoor minder om te schakelen, wat het makkelijker zou maken.
Eerst dacht ik nog dat ik dan de afwisseling in activiteiten niet zou hebben, die ik nodig heb om überhaupt bezig te kunnen blijven (omdat bij eentonige bewegingen mijn handen en verdere lichaam gaan protesteren). Nu denk ik dat ik even goed genoeg afwisseling heb. Het dagelijks leven gaat tenslotte gewoon door, met opstaan, aankleden, ontbijt maken, boodschappen doen, kinderen naar school brengen, de was doen en ga zo maar door. Dit blijft afwisselend.
De projecten die ik nu dus in clusters ga inplannen zijn: werken aan mijn boek over fibromyalgie, werken in de tuin, een yogamattas naaien, een bodywarmer voor Rick naaien, foto’s inplakken en foto’s inlijsten.
Daarnaast wil ik nog mijn blogs blijven schrijven. Maar of dit één keer per week blijft of eens per twee weken, of misschien wel wisselend, dat zal de tijd moeten leren.

Dus tot over onbekende tijd . . .
Groetjes, Esther

woensdag 9 maart 2011

Gedoseerd tuinieren

Gaat het mij dan eindelijk lukken?
Afgelopen zondag heb ik in de tuin gewerkt zonder dat ik over mijn grenzen ben gegaan.

Altijd als ik in de tuin werkte – snoeien, onkruid wegtrekken, teveel aan uitlopers verwijderen, oude bladeren opruimen – moest ik het daarna bekopen met trillende benen en een stijve rug. Het gebukt werken vergt blijkbaar zoveel van mijn beenspieren dat er verzuring optreedt. Door mijn knieklachten is op mijn knieën of hurken werken helemaal geen optie, dus aan die ergonomische tips heb ik niets. Een half uur tot een uur in de tuin werken zorgde er tot nu toe voor dat ik de hele middag gesloopt was. Pas na een nacht slapen was mijn lichaam weer hersteld.
Sinds een paar jaar heb ik, behalve knieklachten, fibromyalgie en hierdoor moet ik ook nog eens rekening houden met mijn handen. Deze hebben namelijk het meeste last van die “leuke” aandoening. Dus na maximaal een uur in de tuin werken, deden mijn handen het ook niet meer.

Elke keer probeerde ik weer om niet te lang door te gaan, om goed op mijn houding te letten en alle andere goed bedoelde ideeën uit te voeren. Zonder succes.

Maar afgelopen zondag lijkt het me dan toch te zijn gelukt. Het was mooi weer; er waren verschillende planten die in maart gesnoeid moeten worden en nog niet alle gedeelten van de tuin had ik ontdaan van oud blad (wat ik in de winter laat liggen om de planten te beschermen tegen vorst).
Ik begon met een vlinderstruik terugsnoeien en om te zorgen dat hij niet te groot wordt, was het dit jaar voor het eerst nodig om hier de zaag bij te pakken. Op circa 20 tot 30 centimeter boven de grond takken afzagen; dat is niet echt een handig karweitje. Na elke tak ben ik gaan staan en dit zorgde er blijkbaar voor dat mijn lijf zich steeds weer even opnieuw kon settelen. In staande houding heb ik de takken boven de groene bak in stukjes geknipt met de snoeischaar; een goede afwisseling van bewegingen en houding.

Na elke stukje tuin of elke snoeibeurt nam ik de gelegenheid om te voelen of het goed was om nog door te gaan. Zo ben ik een uur bezig geweest. Behalve de vlinderstruik, zijn er drie klimrozen, een rozenstruikje en een klimop ontdaan van het teveel aan takken en uitlopers. De laatste twee vierkante meters in de achtertuin (waar ik nog niet aan toegekomen was) zijn ontdaan van oud blad en verkeerd groeiende uitlopers.

Al met al ben ik lekker bezig geweest en ik had achteraf totaal geen last van mijn knieën, rug of handen. Alleen van een volle groene bak, dus deze week kan ik niet verder met de tuin voorjaar klaar maken. Volgende week dan maar weer, dan zijn de laatste klusjes in de voortuin aan de beurt.

Gisteren fietste ik langs de plaatselijke plantenkweker. Ik kon het niet laten om drie knalroze primula’s te kopen. Dat hadden de tuin én ik wel verdiend!

Esther

maandag 28 februari 2011

Huiswerk voor de cursus 'boek schrijven'

Sinds begin februari ben ik bezig met een cursus ‘boek schrijven’, in de verwachting dat ik hier veel van kan leren dat ik kan gebruiken bij het boek dat ik bezig ben te schrijven over mijn ervaringen met fibromyalgie. Tot nu is deze verwachting – gelukkig – ook uitgekomen.
Iedere les krijgen we een opdracht mee om thuis een stuk te schrijven naar aanleiding van de behandelde stof. De laatste les was de opdracht om een stuk te schrijven over geuren. In boeken wordt vaak geschreven vanuit de zintuigen zien en horen. Terwijl het heel leuk, afwisselen, verrassend kan zijn om ook eens vanuit ruiken, voelen of proeven te schrijven.

Het leek mij leuk om jullie mijn uitwerking van de opdracht te laten lezen. Bedenk wel dat de tekst, hoewel vooral op waarheid berust, ook enigszins geromantiseerd is.

Het is een zonnige lentedag en ik geniet van de zonnestralen op mijn gezicht, terwijl ik over een pad dwars door de weilanden wandel. In de verte hoor ik een tractor en niet veel later bereikt een weeïge, indringende geur mijn neus. Een fietser, die mij voorbij fietst, merkt op: “Wat stinkt het, hè?” De fietser is al buiten gehoorafstand voordat ik kan reageren. Hoe dan ook kan ik zijn opmerking niet beamen. Ik ruik de stank niet; de geur van mest brengt mij juist terug naar heerlijke vakanties in mijn kindertijd.

Ik heb vakantie en verblijf, samen met mijn moeder, bij mijn oom en tante.  Zij wonen naast een boerderij, waar ome Bart werkt als boerenknecht en door dit werk, maar ook doordat ze zo dicht bij de boerderij wonen, staat het leven daar in nauw verband met de boerderij.
      ’s Ochtends vroeg gaat mijn oom al naar de boerderij om de koeien te melken. Wanneer hij terugkomt - met verse, nog warme melk - is de ontbijttafel gedekt. Op de plek van Ome Bart staat een diep bord met daarin twee beschuiten. Ome Bart giet er zelf de verse melk overheen. Ik kan me nog steeds herinneren welke geur hierbij vrij komt. De week geworden beschuiten in combinatie met de warme melk. Beiden ruiken zoet en versterken elkaar. Daarnaast ruik ik de ietwat kruidige, weeïge geur van de weke granen uit het beschuit.
      Zelf drink ik een glas van de vers gemolken melk. Tante Bets haalde hier wel de bovenste laag - de room – vanaf, waar ze later slagroom van maakte. Ik moet er nu niet meer aan denken, maar toen genoot ik van de melk, die net wat dikker, zoeter en een stuk romiger is dan gewone melk. Het voelt ook anders in mijn mond dan gewone melk, juist omdat het dikker en romiger is. Ik laat de melk door mijn hele mond gaan voordat ik het inslik. Zo proef ik de smaak – onbewust - optimaal.

Later op de dag ga ik samen met tante Bets op de boerderij kijken. Er is een nest met poesjes geboren. In de stallen tussen het stro ligt het nestje verstopt. Wanneer we naar binnenlopen in de verder lege stal, ruik ik de balen stro die overal staan. Het is een warme, kruidige, ietwat zoete lucht die voor mij onmiskenbaar bij het boerenleven hoort.
      De moederpoes laat ons bij haar kindjes kijken. Ze hebben net hun oogjes open en af en toe probeert er een kitten op te staan om zich even uit te rekken. Op die enkele beweging na is het een kluwen van lijfjes, kopjes en pootjes. Opnieuw komt er een zoete lucht in mijn neus, maar nu is het een zoetige dierenlucht, veroorzaakt door de warme poezenlijfjes.
      Wanneer we de stal uitlopen, in gedachten nog bij dat schattige hoopje dier, dringt de geur van koeienmest in mijn neus. De boer is, samen met mijn oom, de weilanden aan het bemesten. In die tijd hoeft de gier nog niet geïnjecteerd te worden, rechtstreeks de grond in. Het mag nog uitgestrooid worden met een giermachine. De verdunde mest wordt als het ware gesproeid over de weilanden, waardoor vluchtige stoffen in de lucht belanden en hierin blijven rondzwerven.  Ook de geur die hierbij vrij komt, hoort voor mij onmiskenbaar bij het boerenleven. Het is een geur die ver mijn neus indringt; het ruikt weeïg en scherp. Zodra ik bij het begin van een logeerpartij de straat richting mijn oom en tante in loop, dringt deze lucht al enigszins mijn neusgaten in en hoe dichter we bij hun huis komen, hoe duidelijker ik de mestgeur kan ruiken. Het is een geur die mij doet verheugen op de komende vakantiedagen. Het is een geur die mij nog steeds doet herinneren aan die heerlijke vakanties.

Inmiddels ben ik aan het eind van het pad gekomen en realiseer me dat ik de hele wandeling in gedachten heb doorgebracht.

Ik verwacht dat de docent zeker aanmerkingen zal hebben. Daar is zij een ervaren schrijfster voor en ik een beginneling. En van die aanmerkingen kan ik leren. Toch is natuurlijk wel leuk om van haar te horen dat er ook veel goede dingen in staan. Ik ben benieuwd wat ze ervan vindt, maar dat hoor ik over een aantal weken pas.

Groeten, Esther